We kunnen de camera op diverse manieren laten bewegen.
We onderscheiden de zoom, de pan, de tilt, lift en de rijder
 
 
Zoom
De zoom is eigenlijk geen camera beweging. Door in te zoomen krijg je het gevoel dichterbij te komen. Perspectivisch verandert er niets. We vergroten alleen uit.
 
Pan
Dat is een afkorting van panoramiseren. We bewegen de camera horizontaal, vanuit een vast standpunt.
 
Tilt
Dat is de camera verticaal bewegen vanuit een vast standpunt
 
Lift
Dat is de camera zelf van beneden naar boven optillen
 
Rijder, ook wel tracking genoemd
We verplaatsen de camera op een karretje, plakken hem aan een auto of op de bagagedrager van de fiets en verplaatsen de camera in de gewenste richting.
 
 
Let erop dat elke beweging voor de toeschouwers een betekenis moet hebben. In feite sturen we de kijkers ergens heen. De camerabewegingen moeten altijd van iets naar iets zijn en in de betekenis staan van de inhoudsoverdracht. Een beweging die naar niks gaat en niet afgemaakt wordt zaait alleen verwarring. De camera zelf verplaatsen met een lift of rijder is heel dynamisch. Je tilt als het ware de kijker uit de stoel en brengt hem in een andere positie. Vaak werkt dit als een heel subjectieve en betrokken beleving. De beweging moet wel erg goed uitgevoerd worden. Schokkende bewegingen maken alleen maar misselijk.