Belichting

De belichten is het belangrijkste onderdeel bij het maken van een productie/film. Zonder licht kun je niets.

 

Om de belichting ook niet het 'beeld te laten uitvreten' (dit houdt in dat het onderwerp echt wit is en geen contrast meer inzit), heeft een professionele camera 3 tot 4 filters in gebouwd, nl:

  •  

Cap - Geen Lichtdoorlaat

  • 3200K - Filter voor Kunstlicht (=neutral filter)

  • 5600K - Filter voor Buitenopname (=blauw Filter)

  • 5600K + ND - Filter voor Buitenopname (blauw Filter Met lichtdemping) ND = Neutral Density*

* Deze is te verkrijgen in diverse sterktes en de gradatie wordt aangegeven met de term ND (= Neutral Density). Zo is het basis grijsfilter ND4. Hoe hoger het nummer op het filter, hoe donkerder. Dit is dus een Grijsfilter

 

Hard en zacht licht

 

Er worden bij film en televisie verschillende kunstlichtbronnen onderscheiden: harde en zachte. Bij een harde lichtbron stuurt een eenvoudig lenzensysteem een bijna evenwijdige stralingsbundel en veroorzaakt de lichtbron een harde schaduw. Bij een zachte lichtbron wijkt het licht uiteen waardoor de schaduw zachter zal zijn. Uiteraard wordt er bij de belcihting van deze karakteristieke eigenschappen gebruikt gemaakt.

 

 

 

De richting van het licht

 

Behalve de keuze van de lichtbron is ook de richting van het licht van belang. We spreken van voorlicht als de lamp achter de camera hangt en het licht dus direct van voren op het object valt; een vlakke belichting met weinig schaduwen is hiervan het resultaat. Als de armatuur min of meer van opzij op het object is gericht, maar meer van de voorkant dan van de achterkant, dan noemen we dat zijlicht. Er onstaan daardoor schaduwen, er wordt een suggestie van diepte gewekt, oppervlaktestructuren worden zichtbaar en de kleurweergave is optimaal. Wordt de lamp achter het object gehangen en schijnt ze in de richting van de camera, dan heet dat tegenlicht of achterlicht, waardoor een zeer contrastrijk plaatje zal onstaan. Bovenlicht hangt ongeveer recht boven het object en wordt weinig toegepast, omdat de schaduwen er een lelijke richting door krijgen. Er wordt ook diepte gesuggereerd, en bovendien is de kleurweergave niet goed, omdat de loodrechte vlakken daardoor re weinig licht krijgen. Onderlicht komt zo veel mogelijk van beneden. Het geeft een theatraal, absurd beeld en wordt eigenlijk alleen maar gebruikt voor speciale horror-effecten.

Een goed uitgelichte scène zal bijna altijd een combinatie van harde en zachte lichtbronnen vanuit verschillende richtingen zijn.

 
 

 

 

 

 

Driepunts Verlichting

 

Bij het uitlichten van één persoon worden over het algemeen minimaal drie lichtbronnen gebruikt, twee harde (spotlights) en een zachte (floodlight of softbox). Een spot die onder een hoek van 45 graden van de rechter kant op de persoon wordt, veroorzaakt in beeld een harde schaduw. Omdat dit effect over het algemeen als ongewenst wordt beschouwd, wordt er van de andere kant (in ons voorbeeld dus van de linker zijde) een zogenoemd invullicht op de persoon gericht om de schaduw zachter te maken. De spot en de softbox worden vervolgens qua niveau op elkaar afgestemd. Op deze manier kunnen ongewenste schaduwen opgelicht worden. Als blijkt dat het plaatje nu nog de gewenste diepte ontbeert, kan die worden verkregen door de derde spot van de achterzijde op het hoofd van de geportretteerde te richten. Hij komt nu 'los' van de achterwand, waardoor de gewenste diepte uiteindelijk bereikt is. De geportretteerde moet dan wel ver genoeg van de achterwand verwijderd zijn om een goed achterlicht mogelijk te maken en om ongewenste schaduwen te vermijden.

 

De verhouding in lichtsterkte tussen hoofdlicht, invullicht en achterlicht zal vaak ongeveer 3 : 2 : 1,5 zijn. Een goede verhouding tussen het lichtniveau van het gelaat en dat van de achtergrond is 1 : 1,5. Nu is het niet altijd mogelijk in zulke ideale verhoudingen te werken. Een donker gekleurd iemand die in een zonovergoten set voor een witte wand staat is bijvoorbeeld bijna niet uit te lichten. Het basislichtniveau is daarvoor wel toereikend, maar het zal ondoenlijk blijken tegelijkertijd voldoende tekening in de witte achterwand en in het gezicht van de actuer te krijgen. Dezelde figuur in de studio gekleed in een wit gewaad of een wit overhemd levert ook heel wat problemen voor licht en beeldtechniek.

 

Geen persoon is identiek aan een ander en daarom zullen het uiterlijk, de kleur van de kleding en het kapsel altijd van invloed zijn op de plaats van de lampen en de intensiteit van het licht.

 

Bij de planning dient ook goed rekening gehouden te worden met het eventuele gebruik van hengels. Een schaduw van een hengel die door een spot is veroorzaakt is duidelijk zichtbaar. Om een hinderlijke hengelschaduw minder zichtbaar te maken, is het verstandig de hengel vanuit de richting van een zachte lichtbron te laten komen.

 
 

 

 

 

Driepuntsbelichting van meerdere personen

 

Als er zich meerdere personen in een set bevinden wordt er in principe steeds volgens het systeem van de driepuntsbelichting gewerkt. Het zou echter ondoenlijk zijn elke studio te voorzien van zo veel armaturen dat er voor elke persoon drie lampen gebruikt kunnen worden. Om het aantal armaturen binnen de perken te houden zal een belichter er zo veel mogelijk op uit zijn een lamp meerdere functies te geven. Het achterlicht van de ene persoon bijvoorbeeld kan natuurlijk heel goed het hoofdlicht van de andere zijn.

 

Het hieronder getekende voorbeeld van een belichting voor twee personen kan naar believen worden uitgebreid. Als er met meercamera techniek wordt opgenomen zal de belichting vaak een compromis zijn tussen dat wat voor de verschillende camera's en het geluid individueel het beste is. Bij opnames met eencameratechniek is het mogelijk ook het licht shot voor shot aan te passen als er een optimaal resultaat qua sfeer en effect bereikt moet worden. Deze werkwijze verdient dan ook de voorkeur boven de meercameratechniek.

 
 

 

 

 

Licht en beweging

 

Ook al bevinden presentatoren of zangers zich niet op een vaste plaats in de studio, het principe van de driepuntsbelichting blijft ongewijzigd. Als een acteur van de ene plek in de studio naar een andere loopt, moeten niet alleen het begin en het eind van de loop zijn uitgelicht, maar ook de hele route daartussenin, als dat wenselijk is. Het volgen van iemand met een beweegbare lamp (volgspot) wordt vooral bij amusementsprogramma's toegepast.

 

Verzachten van een lichtbron

 

Je kunt je lichtbron verzachten met

  •  

Spun - Onbrandbaar weefsel > Betere Lichtverspreiding

  • Reflectiescherm - Paraplu’s, piepschuim > Betere Lichtverspreiding

  • Scrim - Metalen filter (gaas) > Vooral de schaduwen zachter maken

Verschillende lichtbronnen

 

Je hebt verschillende soorten lichtbronnen en armaturen:

  •  

Softbakken - niet gericht zacht licht > transparate schaduw

  • Floodlights - niet gericht zacht licht > Voor kleinere oppervlakken

  • Spotlights - gebundeld hard licht > zware slagschaduw

  • Volgspot - gebundeld hard licht > Om personen op de set te volgen

  • Keylight - = hoofdlicht

  • Fill-in light - = invul- of zijlicht (soms strijklicht)

  • Backlight - = achter- of tegenlicht

  • Highlight - kleine zeer gerichte bundel, om accenten aan te brengen

  • Eyelight - kleine zeer gerichte bundel, bij portret opname, om de ogen te accentueren

 

Lichteffecten

 

Projectie en maskers

 

Als een achtergrond van een presentatie vlak is, kan er met behulp van licht op een betrekkelijk eenvoudige wijze een projectie op de achtergrond gemaakt worden. In een plaatje van hard materiaal (bijvoorbeeld aluminium) wordt een figuurtje uitgezaagd, waarna het in een projectspot (die werkt als een diaprojector) wordt geplaatst en op de achterwand geprojecteerd. In een andere type programma kan er met behulp van een projectie bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van een raam gesuggereerd worden of het lichtschijnsel van een open haard worden geïmiteerd. Voor dat laatste effect bevestigt men een aantal lange stroken flanel aan een stok en door deze stroken voor een spot heen ene weer te bewegen lijkt het lichtschijnsel van een flakkerend vuur bedriegelijk echt.

 

 

 

Spiegels

 

Vooral bij amusumentsprogramma's worden er nogal eens spiegels gebruikt om het plaatje te versieren. De bekendste variant hiervan is de spiegelbol, een balvormig oppervlak waarop een groot aatal spiegeltjes geplakt is. Doordat deze bal met behulp van een kleine motor draait, weerkaatst elk spiegeltje op deze manier een klein bewegend vlekje op de set.

 

Filters

 

Elke lichtbron kan voorzien worden van een filter of een gekleurde folio (cinemoid) waardoor een volstrekt andere sfeer verkregen wordt. Met behulp van een blauwe folio kan bijvoorbeeld kou of nacht gesuggereerd worden.

 

Lichtbronnen en armaturen

 

Er zijn lampen die gebruikt maken van gloeilicht als lichtbron, maar er zijn ook armaturen die werken met een gasontladingslamp. Deze laatste zijn compacter en hebben minder spanning nodig voor dezelfde hoeveelheid licht dan gloeilampen. Zowel gloei- als gasontladingslampen zijn er in types die een zacht licht produceren (softlights of floorlights) of die hard licht afgeven (spotlights). De technische ontwikkelingen staan ook op dit gebied niet stil, zodat er steeds vernuftigere en compactere armaturen op de makrt komen.

 

Statieven en telescopen

 

Bij een productie waarbij met een eencameratechniek wordt opgenomen is het meestal geen bezwaar dat er lichtarmaturen op de vloer staan omdat die armaturen immers niet in het beeld van andere camera's kunnen komen. Deze lampen zullen dan over het algemeen op een verrijdbaar en in hoogte verstelbaar statief zijn gemonteerd. In een televisiestudio wordt echter meestal met hangend licht gewerkt om de camera's een zo groot mogelijke bewegingsvrijheid te geven. De lampen worden aan een lichtplafond opgehangen, waar ze via een railssysteem naar elke gewenste plaats in de studio verreden kunnen worden. de hoogte is eveneens binnen bepaalde grenzen variabel doordat de lampen opgehangen zijn aan telescopen of aan een ander systeem waarmee de hoogte instelbaar is. Bij NOB zijn de lampen vanaf het lichtplafond in hoogte te variëren, in eenvoudige studio's gebeurt dit vaak vanaf de speelvloer met behulp van een lichtstok.